Technologie onder controle

Tijdens de Lorentz workshop zijn discussies aan de orde van de dag. Een belangrijk thema is intelligente en levende technologieën waarbij je moet denken aan robots, zelfdenkende computers of het kunstmatig fabriceren van levende cellen. Dit thema roept onder de wetenschappers veel vragen op. Hoe snel is de ontwikkeling van deze technologie? Hoe gaat het onze toekomst beïnvloeden? Wat horen wij en de overheid te doen?

Voor zowel de intelligente als de levende technologie begon een exponentiële groei in ontwikkeling vanaf de tweede helft van de vorige eeuw. Computers en het internet werden uitgevonden en de structuur van DNA werd ontrafeld. Speculaties over de toekomst gaan vaak in de richting van kunstmatig leven of machinaal leren. Een begrip dat tijdens de discussies vaak de kop opsteekt is singulariteit: een tijd in de toekomst waar de technologische vooruitgang zo snel gaat dat het de intelligentie van de mens te boven gaat.

Het is erg belangrijk dat we de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten houden en ervoor zorgen dat we ze in de hand houden. Wolter Pieters, universitair hoofddocent cyber risk aan de TU Delft, kaart hierbij het Volkswagenschandaal aan. “Het feit dat je een product bezit betekent niet dat je er de controle over hebt. Veel producten kunnen van een afstand en digitaal veranderd of gemanipuleerd worden.”  De belangrijkste speerpunt tijdens de discussies is dat technologie loyaal moet blijven naar de gebruiker. David Ackley, universitair hoofddocent van Computer Wetenschap aan de Universiteit van New Mexico: “Technologische hulpmiddelen, zoals digitale assistentes, zijn prima zolang alleen ik de controle over deze technologie blijf houden.

technologie onder controle 1Peter Hesseldahl, Deense journalist en manager van het ‘We-economy’ project, brengt ter sprake dat het echter steeds moeilijker wordt om de grens te bepalen tussen mij en wij. “We worden steeds meer verbonden met elkaar. We kunnen niet meer zeggen dat iets loyaal is naar mij. We zijn verbonden en afhankelijk van elkaar.” Ook Norman Packard, oprichter van het bedrijf ProtoLife, schijnt een ander daglicht op het discussiepunt loyaliteit. Hij ziet een paradox: de aanwezige wetenschappers zijn ongerust, terwijl internetgebruikers over de hele wereld dat niet zijn en veel informatie gewoon delen. “Het systeem werkt nu zo dat internetgebruikers zich relatief veilig voelen. Tegelijkertijd is Google erg blij met alle data die ze kunnen vergaren. Er is voldoening voor meerdere gebruikersfuncties”, aldus Packard.   

Meerdere wetenschappers zien dat de jongere generatie heel anders omgaat met het delen van hun persoonlijke data en gegevens dan zijzelf. “In Zweden geven ze er niks om. De sociale norm en de manier waarop je je leven deelt is veranderd. Vroeger kon dit echt niet”, aldus Ulf Dahlsten, onderzoeker aan de London School of Economics. Lene Rachel Andersen, econoom, filosoof en één van de organisatoren van deze workshop: “Je moet een bepaalde leeftijd bereiken voordat je jezelf ziet als een individu met privacy. 17-jarigen zien de problemen niet”. Bovendien ziet ze dat er een enorme taak voor ons ligt om mensen wereldwijd te informeren over de digitale wereld. Het feit dat er studenten van wetenschapscommunicatie aanwezig zijn tijdens deze workshop is een mooi begin.   

Concluderende opmerkingen uit de discussie zijn dat we uiteindelijk de toekomst niet kunnen voorspellen, maar dat we het wel kunnen vormen. Daarvoor is het echter noodzakelijk dat we the big picture niet uit het oog verliezen, zodat we de huidige situatie beter kunnen begrijpen. Ook moeten we problemen beter rangschikken op urgentie; de duurzaamheid van de mens staat immers ook onder druk. Al met al moeten wijzelf gewoon goed opletten, want zoals Wolter Pieter het mooi verwoordde: “Dat de technologie iets nuttigs voor ons doet, betekent nog niet dat het goede technologie is.”   

Door Nathalie Zange

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *